Door Ferry Visser
Door Ferry Visser (Foto: Ferry)

Adieu, Stem van Dordt

Toen ik hoorde dat De Stem van Dordt per 1 januari 2020 zou stoppen, kwam dat niet lekker bij me binnen. Maar eigenlijk baalde ik het meest voor Marit en de andere redactieleden en vaste schrijvers. Ik stelde veel ‘lezers’ via mail en app op de hoogte van het nieuws en kreeg opvallend vaak als antwoord terug: “Tja, het moest er toch een keer van komen!” en “Waar deuren sluiten, gaan er ook weer open”. Mooie en lieve gemeende woorden natuurlijk. Toch was het best heftig nieuws voor mij en heeft me doen besluiten om dit artikel te schrijven. Als dank, want ‘voor wat, hoort wat’!

Door Ferry Visser

Tijdlijn
Sinds 2014 mocht ik van redacteur Karlijn Goorts mijn schrijfsels opsturen. De artikelen die ik toen schreef, zijn alleen nog maar op mijn pc te lezen, want in oktober 2016 kwam er een geheel nieuwe website en helaas verdwenen daarmee ook al mijn inzendingen. Karlijn plaatste gelukkig nog wel mijn eerste verslag van Kunstmin Live, met hotelier en horecaman en geboren Dordtenaar Willem Reimers als gast, op de nieuwe site. In februari 2017 volgt er een wisseling binnen de redactie. Karlijn ging naar AD De Dordtenaar. Freelancer Wouter Vocke werd mijn nieuwe maatje en ook hij werkte zich uit de naad om de artikelen zo snel mogelijk te kunnen publiceren.

Maar ook Wouter vertelde op een dag dat er weer ergens een nieuwe uitdaging wachtte en hij werd opgevolgd door Arco van der Lee. Met Arco was het wederom goed ‘kersen eten’ en dus geweldig ‘werken’. Hij zag vooral ook de humor in mijn stukjes en het was bovendien geen probleem om de artikelen zelfs ’s avonds online te zetten. In juli dit jaar vertelde Arco dat ik erop moest rekenen dat er per 1 september een nieuwe hoofdredacteur zou komen. Hij had een nieuwe job in Barendrecht aangenomen. Sinds 1 september kreeg ik, bijna 90 artikelen later, met mijn vierde redactie te maken.


Door Ferry Visser

En toen kwam Marit
In september kreeg ik een heel leuk mailtje van ene Marit Nikerk. Arco had blijkbaar het één en ander over mij verteld en zij schreef dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Alles zou bij het oude blijven.
Eigenlijk was dit niet helemaal het geval, want hoewel ik alleen maar online werd gepubliceerd, kreeg ik nu af en toe ook een podium in de papieren krant.

Terugkijkend kan ik alleen maar blij zijn dat ‘De Stem van Dordt’ mijn vrijwillige schrijvershobby waardeerde. Het ging zelfs zo ver dat ik ook over onderwerpen mocht schrijven die niets met Dordrecht te maken hadden.
Zo kon iedereen toch een beetje mee genieten van o.a. mijn mislukte Noorderlicht reizen in het noorden van Noorwegen en IJsland, de vele vakantiebeurzen in Utrecht, de Roparun, het bezoek van AD columnist en opiniepeiler Özcan Akyol die bij mij op bezoek kwam en een verslag van mijn eerste Concert at Sea op de Brouwersdam op Schouwen-Duiveland.

Rationeel
Meestal gebruik ik niet zo van die ‘dure’ woorden, maar al doende leer je steeds een beetje bij. Ik moet eerlijk zeggen dat dit ook wel komt door het interview dat AD-columnist Özcan Akyol (Eus) met mij had. Het interview kwam eigenlijk neer op dat: “Ferry, de veelschrijver naar de rubriek ’Lezersbrieven’ van het AD, moest net als hij laten zien dat je trots moest zijn als je de meest moeilijke woorden van de Nederlandse taal kan gebruiken.”
Soms denk ik daar weleens aan terug, maar iets in mij zegt dat ik het gewoon niet moet doen. Het leest gewoon niet lekker. “Het is niet mijn taal.”
Toch gebruik ik het ‘dure woord’ nu wel, want als ik heel eerlijk ben dan is het niet echt verwonderlijk dat De Stem van Dordt een stapje terug moest doen. In deze tijd van internet en allerlei pushberichten, worden we gebombardeerd met nieuws. Kranten worden ook veel online gelezen en voor reclame kun je ook elders terecht.
Dat ‘De Stem van Dordt’ nu samen gaat met 'Dordt Centraal' is een volgende stap naar het ‘bewaren van bomen’.
Nadat ik veel bekenden had ingeseind dat mijn ‘hofuitgever’ zou stoppen, kreeg ik verrassend genoeg uit andere delen van ons land berichten dat men ook daar tot de conclusie was gekomen dat één huis-aan-huis blad wel genoeg was.
Gedeelde smart dus. En om terug te komen bij één van de gestuurde appjes: ‘er ging ook een deur open’. Na een mail naar ‘Dordt Centraal’ kreeg ik te horen dat mijn stukjes altijd welkom zijn, maar dat zij op dit moment - begrijpelijk - nog aan het idee moeten wennen dat alles redactioneel voor Dordt Centraal ook nog wat vraagtekens oproept.


Door Ferry Visser


Herinnert u zich deze nog! (een stukje weekbladengeschiedenis)
Als het om huis-aan-huisbladen gaat, heeft Dordrecht al een hele geschiedenis achter zich. In 1958 begon de familie Elzerman aan de Emmastraat hun gratis huisblad Merwesteyn. Zoon Bob Elzerman behoorde tot mijn vriendengroep en als liefhebber van muziek viel ik natuurlijk wel ergens mee in de boter, want Bob’s oudere broer Philip speelde toen ook al in de Dordtse band ‘The Beat Town Skifflers’, de voorloper van de latere band ‘The Zipps’. In het begin stond deze groep bekend om hun ‘Folk-Beat geluid’.
Ik weet nog goed dat de familie Elzerman een aanbouw had gemaakt aan de achterkant van het huis. Daar werd de krant geredigeerd en ook gedistribueerd. Het drukken van de krant werd bij de uitgeverij Sijthoff gedaan. Mooie tijd was dat!
Naast weekblad Merwesteyn had je ook nog ‘Dordt Nu’. Dit blad was weer vrij snel verdwenen. Dagblad De Dordtenaar sprong daarop in en bracht de ‘Woensdag’ uit. Een soort filiaal van het dagblad m.n. voor de niet-abonnees.
Dordtenaren Henny Goud en George Grooteboer richtten op 17 september 1980 ‘De Stem van Dordt’ op. Het ‘gezicht’ van het blad werd Piet de Meer, die in 2016 ‘Dordtenaar van het jaar’ werd en helaas een jaar later op 62-jarige leeftijd overleed. Het 'kindje' van Henny, George en Piet houdt er nu - na 39 jaar - mee op.

Anekdote
In februari 2018 schreef ik over “The Psychedelic Five” of wel The Zipps, die de 50-ste verjaardag van Bibelot kwamen opluisteren. Nadat ik van de organisatie aan Philip had moeten vragen of ik foto’s mocht maken was er meteen herkenning. En dat na zo’n 50 jaar! “Natuurlijk mocht dat!”
Later die week bracht ik mijn foto’s en gemonteerde film bij Philip en zijn Milou thuis. Het had gevroren en mijn brommobiel zette ik op de schuine afrit bij de familie. In de gezellige huiskamer met prachtig uitzicht op de rivier haalden we veel herinneringen op. Philip was ook geïnteresseerd in mijn ‘verborgen verleden’. We hadden het o.a. over onze diensttijd. Waarom ik nu in een brommobiel rondrijd was een verhaal apart en hoorde er ook bij. Na twee maanden rijles vroeg mijn rijinstructeur - Op de Kort Heiligerskazerne in Roosendaal. - aan de majoor of hij eens met soldaat Visser wilde rijden. Dit waren tevens mijn laatste kilometers in een jeep met dubbel klutsen. Hij zei namelijk na 10 minuten de onvergetelijke woorden: “Visser, breng me maar terug naar de kazerne, ik word kotsmisselijk van je!”
Daarna haalde Philip lachend en trots, een foto voor de dag. Hij was namelijk een marineman geweest en had gediend op een schip dat - niet alleen bij mij - bij veel mensen nog steeds tot verbeelding spreekt. Namelijk op de ‘Karel Doorman’.

Als door een wesp gestoken gilt Philip Ineens:“Fer je auto!” Heel langzaam gleed mijn ‘Broem-broem’ naar beneden en beëindigde zijn rit tegen de welbekende camper waarmee Philip regelmatig zijn ‘boodschappen’ doet. Buiten in de vrieskou en keiharde wind zagen we de schade. Doordat de brommobiel was voorzien van een Bull-bar had Philip aardig wat schade en ‘Broem-broem’ niets. Ja, hij stond op de handrem, maar doordat de ondergrond mogelijk door de warme auto gesmolten was en in combinatie met de harde wind, was er blijkbaar een glijbaan ontstaan die de 500 kg zware brommobiel een zetje had gegeven. Tot onze verbazing hadden we hetzelfde verzekeringsmaatschappij en ik kan gerust zeggen dat het best vreemd is als je een schadeformulier mag invullen met vrienden en een lekker drankje.


Door Ferry Visser

Highlights
Ik kom er niet onderuit om toch even terug te bladeren. De afgelopen zes jaar heb ik heerlijk mogen schrijven en niets moest. Misschien kreeg ik daarom wel eens ‘kritiek’ dat mijn artikelen zo lang waren. Aan de andere kant was het heel fijn om te horen dat ik nu juist de lezers het gevoel geef ‘dat ze erbij’ zijn geweest. En omdat ik dat nu juist het leukst vind, bleef ik liever ‘persoonlijk’ schrijven.
Kunstmin Live was heel leuk en vermoeiend om te doen. Ik voelde mij namelijk aan columnist Kees Thies - wie kent hem niet - verplicht om iets terug te doen. Ik vroeg hem regelmatig om raad en hij was nooit te beroerd om ook tips te geven.
De complimenten van ‘gast’, advocate en mediator Wampie van Andel en Kees heb ik nog net niet ingelijst. Maar het had wel te maken met een zoen en een griffel. De opmerking dat Kunstmin Live heel vermoeiend was, verdient misschien toch nader uitleg. Zo’n avond begon om 20:15 uur en eindigde dan rond 22:30 uur. Maar om alles zo snel mogelijk uit te werken lag ik na zo’n avond niet eerder dan 3 uur op bed. Wat zich op het toneel afspeelde, zag ik nauwelijks. Ik zat alleen maar te schrijven in mijn eigen ‘steno’. Ter verduidelijking: “Ik kon soms ’s nachts mijn eigen handschrift niet meer teruglezen”.

Zelfspot was me ook niet vreemd, maar ik moet nog steeds lachen als ik terugdenk aan mijn ontmoeting met burgemeester Wouter Kolff tijdens Big Rivers. Hij kwam langs de pita gyroskraam van Ammos en ik complimenteerde hem met zijn aanwezigheid, - hij had het festival ook muzikaal geopend - maar ik zei ook dat ik het zo leuk vond dat hij met zijn dochter het muziekfeest bijwoonde. Tja, en toen vertelde hij me dat de jonge dame zijn vrouw was.

Mooi en vreemd tegelijk was de vraag van mijn huisarts om iets te willen schrijven over zijn eindejaar project ‘Pechvogel van het Jaar’. Behalve drie artikelen leverde het ook voor de jonge diabetici iets heel moois op.

Hoewel ik de laatste drie jaar al niet meer deelnam aan de Roparun, maakte ik met de berichtjes die ik van mijn oud-collega's kreeg, toch de verslagen van het Roparunteam van Dordtse Klasse(n) tijdens de estafetteloop van Parijs naar Rotterdam. Extra leuk was het, dat veel lezers dachten dat ik toch weer had meegedaan.

Behalve dat het bier lekker was, was de excursie in de Dordtse Stadsbrouwerij ook heel boeiend. Zeker als je bedenkt dat deze brouwerij wordt gerund door allemaal vrijwilligers en scholieren.

Ik denk dat ik het langst ben bezig geweest met het artikel over de vele bijzondere rotondes in onze stad. ‘Arbeid loont’ blijkbaar, want heel veel Dordtenaren beloofde mij om voortaan nog beter op te letten in het verkeer en met name bij de rotondes.

Over de Kerstmarkt en Big Rivers kan ik kort zijn. Mijn verblijf in en rond de pita gyroskraam bij de Griek Ammos had soms meer weg van een reünie. Ieder jaar dezelfde mensen die ook weer anderen hadden meegenomen om de lekkernij te proeven. Ik geniet nog steeds van de zoveelste ontmoeting met mijn oud-leerlingen en oud-ouders.

Emotioneel schreef ik ook over de muziek/zangles bij inloophuis Helianthus. De mensen die in hun omgeving te maken hebben of hadden met kanker worden daar zo vertroeteld en begeleid! Wat een pracht instelling! Persoonlijk vind ik het jammer dat het pand zo afgelegen aan het eind van de Singel ligt.

Hetzelfde geborgen gevoel had ik ook bij het 60-jarig bestaan van de ‘Kapsalon Mon Rêve. Want behalve de geschiedenis van de zaak vond ik het ook heel mooi toen Annelieke mij vertelde over dat aparte kamertje, de haarwerkstudio Lieke, dat speciaal was ingericht voor mensen die door o.a. kanker geknipt of gestyled wilden worden.

De dames van de acapella groep Route Sixteen zorgden er altijd wel voor dat ik bij veel optredens aanwezig kon zijn. Bij hun belangrijkste optreden in Veldhoven - om de twee jaar - kon ik helaas niet aanwezig zijn, maar dat mocht de pret niet drukken. Ze behaalden namelijk overtuigend de eerste prijs tijdens de ‘De barbershop conventie’.

Het grappigste artikel was eigenlijk geen artikel, maar een boekrecensie. Nooit eerder gedaan en dat is ook niet zo verwonderlijk als ik zeg dat ik niet echt van boeken lezen houd. Toch deed ik het met veel plezier en ik weet bijna zeker dat de neef van ‘onze bioloog en geboren Dordtenaar Freek Vonk’ daarna heel veel boeken heeft verkocht. Deze Groningse dierenarts, ‘Frank de Bont’ beschikt namelijk over zoveel gevoel voor humor! De recensie werd eigenlijk één groot raadsel. Ik schreef over elk hoofdstuk, maar verklapte niets. Voor mij: ‘Een stout kunstje en een kunst apart’.


Door Ferry Visser

Bedankje op zijn plaats
In ieder geval wil ik alle lezers die via o.a. mail, WhatsApp en via de Facebookpagina van De Stem van Dordt reageerden op mijn stukjes, bedanken. Verder natuurlijk ‘Kees’, ene ‘Angela’ en ‘Jan’- de oud-voorzitter van DFC - die mij regelmatig iets leerde, maar mij ook stimuleerde om door te gaan. Maar mijn grootste dank gaat natuurlijk uit naar Karlijn, Wouter, Arco en Marit die mij bij ‘De Stem van Dordt’ hebben geholpen.

Ik weet het, dit artikel is wederom niet kort,
maar dat hoort bij mij, in ‘De Stem van Dordt!’
Ik wens alle betrokkenen van het blad heel snel, een nieuwe fijne uitdagende job.

Het was fijn om mijn hart te laten spreken en mijn ‘stem’ te laten lezen.

Tot slot nog een fijne uitsmijter. Hoe en wanneer, weet ik nog niet, maar jullie gaan me vast af en toe terugzien in Dordt Centraal.

Meer berichten