Foto:

Herman Kersbergen: In de wachtkamer

  Column

Ze namen plaats in de wachtkamer van de huisdokter. Twee keurige dames op leeftijd. ,,Bij wie moet jij zijn?", vroeg de een aan de ander. En toen ging het over vroeger. Over hun huisarts toen ze nog jong waren. Altijd vriendelijk, nooit gehaast en vooral belangstellend. ,,Hij was zelfs geïnteresseerd in je kinderen. Kom daar vandaag maar eens om. Allemaal doorgangshuizen".

Ze keuvelden nog even door, maar plotseling moest ik denken aan een zorgelijk artikel dat ik las over het dreigende tekort in onze stad aan huisartsen in de komende jaren. De Drechtsteden in het rijtje Friesland en Zeeland. En in mijn dagblad een al even alarmerend artikel met als kop 'Signalen van een verkommerende gezondheidszorg zijn er al jaren'. Kortom: dankzij de marktwerking zijn burgers kwetsbaar geworden, om over de Haagse bezuinigingswoede van de laatste jaren nog maar te zwijgen. Maar ik geef het toe: zoals mijn dorpsdokter vroeger werkte is niet meer van deze tijd. Dag en nacht paraat, soms enkele nachten per week zijn bed uit. Taaie rakkers met veel uithoudingsvermogen. Die tijd is terecht voorbij. Maar vijf verschillende artsen in twee jaar is wel erg veel van het goede. Feit is wel dat in ons land en ook in onze stad de gezondheidszorg onder druk staat. Want ondanks geruststellende woorden van minister Hugo de Jonge verlaten nog steeds veel geroutineerde verpleegkundigen op plaatselijk niveau de geprivatiseerde thuiszorgorganisaties.

Te veel patiënten, doodziek van de piepers die hen te veel op onmogelijke tijden oproepen voor noodgevallen. Vakanties die amper te plannen zijn en liefst zo kort mogelijk. Ook hier geldt: het marktdenken leidt tot ongelofelijk veel bureaucratie. De protocollen zijn heilig verklaard. In de wachtkamer waren de twee dames het uiteindelijk roerend met elkaar eens: je eigen huisarts lijkt verleden tijd. Vertrouwensman pur sang. Toen werd de eerste binnen geroepen. Een vriendelijke jonge arts gaf haar de hand.

Meer berichten