Foto:

Hans Janssen: april op zee

  Column

Afgelopen week kreeg ik de gelegenheid om met vrienden een zeilboot terug te zeilen naar Lefkas, een haven in Noord-Griekenland. Niet in het hoogseizoen met verleidelijke temperaturen, maar in april, als iedereen nog met jassen aan door de Griekse straten gaat. Nu ben ik geen ervaren zeiler over internationale wateren, noch een robuuste zeeman die geen zee te hoog gaat, maar toch: het leek me wel wat.

Bij aankomst in Athene werden wij vriendelijk opgevangen door de reder en we volgden instructies over het schip. Volgeladen met zoetwater, proviand en scheepsdiesel vertrokken we de volgende ochtend vanuit Piraeus. Vrij snel kregen we met mooi weer en redelijke temperaturen gezelschap van dolfijnen. Alles leek voorbeeldig en in goede harmonie met de weersomstandigheden te verlopen. Wind was er amper en zonder enig ongemak bereikten we al 'motorend' onze eerste haven.

Hoe anders verliepen de volgende dagen... De blauwe hemel betrok snel en het zeewater krijgt dan een onheilspellende kleur. Na het Kanaal van Korinthe trok de wind stevig aan en van zeilen kon al heel snel geen sprake meer zijn. Ploegend door hoge golven en met windsnelheden van 30 tot 40 knopen, vroeg ik me ineens af waarom ik dit ook alweer wilde. Ook op de motor leken we nauwelijks vooruit te komen. Even naar het toilet werd een acrobatisch hoogstandje en ook iets eten of drinken was simpelweg onmogelijk. Groen en geel, maar vooral wiebelig en uitgeput, bereikten we voor zonsondergang de tweede haven, wetende dat de volgende dagen niet beter zouden worden.

Om 360 kilometer in zes dagen in slecht weer af te leggen is flink wat zeilervaring nodig, maar – zo weet ik nu – vooral lef, doorzettings- en incasseringsvermogen. In Lefkas vernamen we van de reder dat hij de afgelopen week een zeilschip compleet had verloren, dat de Kustwacht een boot uit benarde positie had moeten redden en dat hij diverse schepen zwaar beschadigd had teruggevonden in de haven. Wat ben ik blij om weer ongeschonden en veilig thuis te zijn. Maar wat heb ik genoten!

Meer berichten